duindoorn, je schrikt
er wacht een geil gedicht in de coulissen
er staat een emmer vol ansjovis
ik had een bijzonder geval van tandpijn
een stille, waardoor ik het gedicht niet zou schrijven
dat daar al lag te zinken in het zand
ik ben een kleine vogelaar
ik zet stappen van meters, zak weg
in een eervol voorwaarts
mijn enkels trillen niet maar ook ik
raak soms in je verstrikt, duindoorn altijd
blijf ik haken
de zee trekt de gordijnen open
fluweelrood waar ik ben geboren
tussen visafval en plankenkoorts
wacht ik tot de duin overwaait
mijn ongeduld bedekt