klam en wak ligt het lichaam van de heer op mijn tong

jezus christus is een cirkeltje snoeppapier

alsjeblieft niet slikken

tussen sanne en mohammed heeft mama mijn naam gezet

in het doopboek, ik sta met balpen in gods handpalm gekrast

er gutst inkt uit jezus’ stigmata

de prikborden hangen vol communiekantjes

witte kinderen in witte kleren op papieren vierkantjes

voor het slapengaan spelen mama en ik met de kaarten

vier paarden heb ik verzameld, vier keer granen

vier keer kinderen zonder voortanden voor molens

op driewielers met de knietjes tegen het stuur

ik win de bingo, vlak voor de dag in de nacht valt

bevoel ik het vakje van mijn nachthemd waar

nog een kwartje van de heer aan het katoen plakt