Het is een grijze donderdagnamiddag als Stanislav in zijn beteuterende Chevrolet
stapt. In de auto lijkt een besef zijn intrede lijkt te doen; hij is 53 en heeft nog nooit een vrouw een zoen mogen geven. Die droom is sinds vijf jaar geleden in rook opgegaan, maar keert soms terug in zijn gedachten. Op kantoor is Stanislav een spook. Hij wil spreken met collega’s maar voelt een vreemde weerstand. Hij beweegt zich door de gangen en als collega’s hun hand opsteken, lijkt het eerder om hem weg te wuiven dan om echt te groeten.


Al die gedachtes, samen met het druilerige herfstweer duwen Stanislav zijn beteuterde Chevrolet in. Stanislav wil huilen maar zijn tranen komen niet, wat een intens verdriet, het verlies van je ziel. Hij blijft als het ware neutraal.


Schimmel is mijn grootste vriend, denkt Stanislav als hij zijn voortuin inloopt. Het reinigt mijn huis. De voordeur gaat moeilijk open. Maar het lukt. Zijn halletje is -op wat schoenen na, keurig opgesteld van licht naar donkerder- doorgaans een sobere bedoening. Brieven liggen er zelden, in het geval dat hij toch post krijgt, ruimt hij dit vlug op. Nu ligt er wel een, zelfs in eenpaarse envelop. Komisch, omdat hij die zelf ook altijd inkoopt voor zijn werk.

Afzender Rosita Schweringen.

7800 – Emmen

‘Stanislav, ken je me nog? Ik stuur je deze brief omdat ik van gemeenschappelijke oud- klasgenoten heb gehoord dat het slecht met je gaat. Ze zeggen dat je er verloren bij loopt met bevlekte kleding en een verkleurde hoed. Ook hoor ik dat je veel verdriet lijkt te hebben, wat je mannelijk opkropt. Het doet mij zeer om dat over mijn eerste liefje te horen. Vandaag vertrek ik op reis naar verre oorden, maar ik zal je blijven schrijven en wil je graag na mijn reis ontmoeten. Zou je daarvoor open staan?

Liefs,

Rosita Schweringen

Wat moet dit voorstellen? Voorzichtig, stap voor stap glijdt het kippenvel van Stanislavs nek naar zijn onderrug. Opgevolgd door een vreemd, aangenaam gevoel. Stanislav stopt de brief snel weg in de envelop en vervolgens in de prullenbak. Hierna doorloopt hij ongestoord zijn routine; hij haalt wat spullen van zijn marineblauwe stoel af, ploft neer, met een opspringende stofwolk tot gevolg en begint aan zijn kant-en klare bamimaaltijd. De TV zet hij aan op zijn
bekende sportzender en zijn afstandsbediening raakt hij niet meer aan tot een uur of half drie ‘s nachts. De voetbalwedstrijd dringt niet helemaal tot hem door. Hij moet denken aan Rosita’s brief . Hij krijgt er maar geen grip op. Zijn geheugen is ook slecht. Als kleine wolkjes komen
versies van haar in zijn geheugen naar boven drijven, maar nooit is de herinnering af.
Enkele jaren geleden ging Stanislavs huis in vlammen op, waarna zijn alle schoolfoto’s verloren zijn gegaan.


Wie zou nou zoiets schrijven na al die tijd? Het leidt tot een slapeloze nacht. Opnieuw die warme maag, dat kippenvel van tijd tot tijd. Ook het feit dat hij niet terug kan schrijven, zit hem dwars omdat hij geen idee heeft waar ze naartoe reist.


In die toestand gaat Stanislav naar zijn werk. Hij parkeert zijn Chevrolet op een donkere plek, zo dicht mogelijk bij de muur. In de hoop dat niemand de deuk in de kont van de auto ziet.

Terug in de routine, eeuwig consistent. Pas wanneer hij weer naar huis terugkeert, ergens in de namiddag, denkt hij na over de brief. Zijn deurmat is leeg, uitgezonderd van het stof en het ongedierte dat zich in de haartjes van de mat heeft gevestigd.


In de dagen die volgen krijgt Stanislav, voor zijn doen, veel post. Brieven van de overheid of reclame. Hij laat alles liggen, tot na vier dagen een paarse envelop zich bovenop de kleine stapel brieven presenteert. Afzender: Rosita Schweringen.

Via del Gelronimo 8- Florence

Lieve Stanislav,

Ik hoop dat mijn eerdere brief goed en wel is aangekomen. Na 3 lange dagen van reizen ben ik in Florence en het is hier nog warmer dan men zegt. De komende dagen hou ik mezelf hier schuil omdat mijn baas dat van mij verlangt. Ik word omringd door eindeloos veel lustvolle mannen en denk dan terug aan de pure liefde zoals jij mij die gaf. Ik ben je sinds onze studietijd niet vergeten. Jij mij wel? Ik blijf tegen mezelf zeggen dat ik je eerder had moeten schrijven, maar heb pas recentelijk kennisgenomen van je toestand. Pas je wel goed op jezelf? Ik wil over
een week bij je langskomen om je een knuffel te geven. Gaat dat lukken? Doe je jezelf voor die tijd niks aan? Je hoeft je niet te scheren hoor. Als je je kleding maar strijkt. Ik hoop dat we elkaar volgende week eindelijk weer zien.

Liefs,

Rosita Schweringen

Stanislav weet wat hem te doen staat. Het verhaal over de lustvolle mannen blijft in zijn hoofd tollen. Zou ze een prostituee zijn? Wie is ze überhaupt? Heel subtiel dringt Rosita Schweringen weer tot hem door. Hij denkt de naam eerder gehoord te hebben.


Snel zet hij zijn sportzender weer aan. Vanavond speelt Barcelona tegen Real Valladolid in de Spaanse bekerfinale en dat kan zijn gedachten misschien even verzetten. Ook al valt hij tijdens zulke wedstrijden nog wel eens in slaap. Nu ook. De volgende ochtend staat Stanislav sneller op dan hij in jaren deed. Dat geldt ook voor de volgende vier dagen.


Op donderdag neemt hij de tijd om zijn huis schoon te maken. Zo kijkend in alle kastjes lacht Stanislav, spottend met zichzelf. Hij heeft verdacht veel Playboys en batterijen in zijn huis. Batterijen zodat de afstandsbediening nooit leeg gaat. Playboys zodat zijn potlood altijd scherp blijft. Hij zou oneindig veel brieven naar Rosita kunnen sturen als hij toch eens wist waar ze was. Nog een dag. Rosita moet er bijna zijn.


Gehoorzaam scheert hij die onverzorgde baard. Tuurlijk, hij is niet mooi, maar ziet er zo wel beter uit. Ook zijn kapsel is vernieuwd; verdrietig achterover gevallen sliertjes hebben plaatsgemaakt voor een mannelijke kuif. Dít is Stanislav en dít is de persoon die Rosita Schweringen zal ontmoeten. Een flamboyante man met een ziel die aan het teruggroeien is in zijn lichaam, in de wetenschap dat hij over een dag zijn engel zal ontmoeten.


Zijn collega’s kijken Stanislav gek aan. Dat gebaar van de wegwuivende hand maakt plaats voor een verstijving. Sommigen zien hem zelfs voor iemand anders aan.
Stanislav gaat probleemloos zijn dag door, stapt in zijn vandaag iets minder bedroevende Chevrolet en keert in een keurige vaart huiswaarts. Daar ligt opnieuw een brief.

Beste Stanislav,

Het spijt me enorm om te delen dat ik niet op tijd terug kan keren. Vanwege mijn werk word ik
gedwongen om langer te blijven dan mij lief is. Over een week zie ik je, ja? Dan neem ik foto’s
mee van het oh zo mooie Florence. Het spijt me heel erg.

Groet,

Rosita Schweringen.

Natuurlijk is het jammer, maar op zich kan Stanislav ermee omgaan. Hij blijft geduldig. Een andere keuze heeft hij niet. Hij gaat gewoon zijn routine af.

Op de vroege morgen, met zijn geliefde afstandsbediening in de hand, bestudeert Stanislav zijn woonkamer. Achter zijn bureau ziet hij papier liggen, besmeurd met enkele wijnvlekken. In zijn meubilair ruikt hij vrouwenparfum. Is er iemand bij hem thuis geweest? Het geeft hem een vreemd gevoel. Met enige spoed gaat hij langs bij zijn buren, die hij al jaren negeert, om te horen wat zij hebben gezien.


De familie Jacobus is wat terughoudend wanneer ze de vreemde Stanislav ineens voor de deur zien staan. Stanislav voelt zich genoodzaakt om zich voor te stellen en de hand toe te reiken. ‘We weten wel wie je bent’, zegt Hendrik Jacobus, nadat hij Stanislav de hand heeft geschud. ‘Wat is er?’ Stanislav legt de situatie uit. Hij vertelt ze over de wijn op de vloer. Dat hij vaak nog voor middernacht slaapt, maar hij schaamt zich om te zeggen dat dat meer dan eens op de
marineblauwe stoel is gebeurd. ‘Wij zien eigenlijk altijd dat tot diep in de nacht het licht aanstaat’, breekt Jacobus hem af. ‘Ook horen we nog wel eens geluiden. Vroeger keken we nog van op, maar nu niet meer.’


Dit brengt Stanislav van de kaart. ‘Hoe lang al?’, vraagt hij luidop. ‘Al jaren. Geen idee wanneer het is begonnen.’ Zijn handen beginnen te zweten. Hij bedankt de buren vriendelijk doch verschrokken en keert terug naar zijn huis. Thuis loopt hij heel lang te tobben wat hij moet doen. Het is ontegenzeggelijk dat er continu iemand bij hem inbreekt, maar waarom? Moet hij naar de politie stappen?
*
In al zijn jaren dienst is Stanislav nog nooit een minuut te laat geweest voor zijn werk, maar vandaag is hij toch echt te laat. Ook onderweg naar werk kan hij zijn ogen niet op de weg houden. Hij rijdt bijna een kind aan en rijdt twee keer door rood.


Schuldbewust, omdat hij 10 minuten te laat op werk is, biedt hij zijn excuses aan aan zijn leidinggevende; Jozef. Jozef kijkt Stanislav verbitterd en verafschuwd aan.
‘Maak niet uit, als je nu maar begint.’


Er zit weinig eer in die woorden. Minder dan dat de eeuwig op tijd verschijnende Stanislav verdient. Maar uiteraard gaat hij geruisloos aan de slag.
Hij maakt zijn werkdag af en gaat zelfs 10 minuten langer door om te compenseren voor zijn tekortkoming in de ochtend. Thuis ligt er alweer een brief.

‘Stanislav, sorry dat ik zo’n beroep doe op je geduld. Maar volgende week zien we elkaar. Ik besefte dat ik zo weinig over mezelf heb verteld. Onder deze omstandigheden bestaat de kans dat je me zou weigeren aan de voordeur. Sorry daarvoor. Stanislav, ik hou van schrijven. Ik wil eindeloos schrijven en publiceren. Ik werk overdag aan mijn verhalen en werkt ’s nachts met mannen. Mannen die centen hebben maar geen zelfvertrouwen. Het zijn zulke sneue mensen,
die rijken. Ze houden vast aan dukaten. Omdat ze inzien dat ze nooit echte liefde mogen ervaren en ik ben het beu. Ze zijn niet van mijn wereld en ik niet van die van hen. Ik denk terug aan jouw eerste kus, zelfs wanneer ik deze verdrietige miljonairs kus. Geef me een kans, alsjeblieft. Ik kom zo spoedig mogelijk. Nog een paar dagen. Ik ben er volgende week woensdag.

Stanislavs geduld raakt op. Hij kan lang wachten maar zijn zandloper loopt nu vol. Ook het voor zichzelf zorgen gaat inmiddels zijn tol eisen en de eerste stoppels groeien alweer terug. Het mysterie rondom zijn huis valt hem zwaar. Hij weet niet of hij naar de politie moet stappen.


Nadat hij de dag heeft uitgezeten en na werk weer ouderwets in slaap is gevallen voor de televisie, ontdekt hij opnieuw dat de lichten aan zijn blijven staan en is zijn bureau vol van sporen van de indringer. Het dwingt hem om aangifte te doen.

Het is de eerste keer dat hij contact opneemt met de politie en hij vreest dat hij niet geloofd zal worden. Hij gaat direct naar het bureau. De rechercheur zegt uiteindelijk toe om een avondje toezicht te houden. Nog die avond zelf. Gestrest maar opgelucht vanwege de toezegging gaat Stanislav naar huis.

Inmiddels is het zaterdag en hij wil nog even wat schoonmaken voor het bezoek van Rosita. Bovendien speelt Barcelona vanavond tegen Real Valladolid. En hij wil graag op tijd klaar zijn voor de wedstrijd. Zodoende kan hij zichzelf ook afleiden van de gedachte dat zijn huis vanavond professioneel begluurd gaat worden. Spijtig genoeg, maar inmiddels ook voorspelbaar, valt Stanislav nog vóór de wedstrijd in slaap.


De volgende ochtend kan hij niet wachten op de observaties van de politieman. Opnieuw bleef het licht aan staan en dus is er ontegenzeggelijk iets te zien geweest. De afspraak was dat Stanislav dit keer belt met de politieman. Met trillende vingers drukt hij de toetsen in. Zelfs een keer drukt hij verkeerd, maar dan krijgt hij rechercheur Satori aan de lijn, en de toon is vanaf het begin anders dan Stanislav gehoopt had.

‘Wat is er mis met u?’, vraagt Satori, ‘Probeert u ons in de maling te nemen?’ ‘Ik snap niet wat u bedoelt meneer,’ zegt Stanislav, duidelijk geschrokken. ‘Ik ben in slaap gevallen in de woonkamer en heb ik vanochtend gezien dat het licht aan is blijven staan. Vanwaar deze verwijten?’


‘U bent helemaal niet in slaap gevallen daar. U bent tot diep in de nacht als een gekke achter uw bureau gaan zitten. Durft u wel te liegen tegen een agent? Daar staan straffen op. Bent u zich daarvan bewust?’

Uit schrik hangt Stanislav op. Dit klopt helemaal niet. Wat is er toch aan
de hand? Stanislav kan niet meer terughalen wat er gisteravond gebeurd moet zijn. Hij trekt alle laatjes open om bewijs te vinden maar ziet niks uitzonderlijks. Hij wil dit opgelost hebben voordat Rosita komt.


De winkel is nog heel even open en Stanislav is met een plan gekomen, hij gaat een camera ophangen en zelf de beelden bekijken en doorsturen naar de politie. Dan kunnen ze niet ontkennen wat er op beeld staat. De avond valt en de ingewikkelde apparatuur is geïnstalleerd. Hij valt in slaap voordat hij Barcelona kan zien spelen en wordt pas laat wakker.


Nu is het moment daar is onder het genot van een mistroostige koffie zwart, gaat hij de beelden na. Uren aan beeldmateriaal gaan hem voorbij, zonder dat hij iets opmerkelijks ziet. Dan valt hem iets op. Hij ziet de klok; 3 uur of zoiets, en het is inderdaad Stanislav die lijkt te gaan slaapwandelen, en zelf plaats neemt achter het bureau. Nu beginnen die handen weer te trillen. Het is alsof hij iemand anders in zijn lichaam ziet. Dat warme gevoel, die rillingen van nek tot rug. Hij ziet zichzelf en staat machteloos toe te kijken. Deze alternatieve Stanislav pakt die mooie paarse envelop en graait zoals verwacht rond in de brieven.


Met waterige ogen kijkt hij de beelden na. Hij ziet deze vreemdeling schrijven en hoort op een zeker moment een vrouwelijke stem praten maar hoort niet meer dan een paar losse woorden. Alleen hij en zijn schaduw. Hij hield zichzelf gezelschap. Hij ziet zichzelf de brief wegstoppen in een kastje waar hij nog niet eerder had gekeken. Voor zover hij weet ligt in die kast de urn van zijn lieftallige Bikkel; de mopshond die hij vroeger verzorgde. Dat was altijd reden om dat laatje te vermijden. Maar nu overwint hij zichzelf. Hij staat op en loopt naar de kast waar honderd brieven liggen. Onafgemaakte versies van teksten. Allemaal van Rosita Schweringen.

Brieven met pijnlijke waarheden en dingen die hij nooit onder ogen durfde te komen. Ook de brief vanvannacht ligt ertussen. Hij heeft hem zelf geschreven.


Die liefde; ze bestond nooit. Hij heeft haar verzonnen. Hij schreeuwt als een soort beest. Gooit met lampen, verscheurt kleding en vernietigt meubilair. Alles gaat weg.

Hij raapt de brieven op en stapelt ze woest. Zoveel brieven en brandbare spullen om het verleden weg te blazen. Hij wacht net zolang totdat er een steekvlam ontstaat een overslaande brand op zijn tapijt. Dan pakt hij een oud flesje jenever waar hij het stof nog aan af kan zien en wacht geduldig op de bank. Als toeschouwer ziet hij alles wat van hem is verdwijnen en inhaleert de rook. Dan valt hij, zoals altijd, in slaap.

Het is 6.23 uur exact als Rosita Schweringen op brute wijze wakker wordt gemaakt. Ze weet niet waarom ze in een brandend huis is en brandweer haar wegtrekt. Ze roept nog om Stanislav maar er komt geen gehoor.