ik had niet graag willen geloven in gebouwen maar ik moest er maar eens aan beginnen
nachtelijke goeiedagschotel verslindende meneer
de deuren openzetten voor kees, klaas en koosje
ze nooit meer laten wachten
je portemonnee in de rivier gooien
een lieve jongen aan de haven vinden
een oude vrouw in zee zien verdwijnen
koemelkschandalen veroorzaken
je verwachtingen van de ander uitspreken
je verwachtingen van de ander uitspreken
tegen je zin ingaan
een ladder op
leven waar ze het leven nog niet gevonden hebben
van opkrabbelende docenten, verwaarloosde hengsten
scharnieren vinden en niet weten wat je er mee moet
de hele dag zoeken naar een stoel die lekker zit
de borden alvast in de oven zetten
een vergiet en nog wat grapjes in de la
ik heb nog wat vriespatatjes over, van die schnapsels over
weten dat je het goed bedoelt
weten dat je het goed bedoelt
op de mat eten
op de mat eten in de berging
op de mat eten in de berging en weten dat je geen witlof lust
nachtbraken nachtbraken nachtbraken nachtbraken
veranda’s die zich geen tuin mogen noemen
vrouwen die zich geen vent mogen noemen
zeekoe goeiedagschotel
ik had niet graag willen geloven in gebouwen maar moest er maar eens aan beginnen
toch weer even naar boven
de borden warmmaken
vuurwerk op een zondagavond
verdomme vuurwerk op een zondagavond
verdomme blaren op je ogen en niet naar buiten kijken
kruisbestuiving vermiljoen
het koud hebben omdat je buiten bent gaan staan
met je blote tenen in het gras bent gaan staan
elke zitting is nat, net als de dauw in het gras
ik had niet graag willen geloven in de lente
mam ik wil een ventje zijn
o ik moet een ventje zijn
je gelooft in gebouwen en in de mat
dat het niet uitmaakt, het eten altijd koud wordt
je vindt een vrouw op de wc
je vindt je portemonnee
ik ben goddank in gebouwen gaan geloven
ik moet alleen nog iedereen binnenlaten
dit was de beste kamer
het had alleen geen dak