Hij was keizer toen hij me met geweld de baarmoeder uittrok
zei zo gaan die dingen
toen nieste hij in mijn babygezicht
Met koortslip en al ging ik naar de basisschool
Ik at al mijn broodtrommelbriefjes op
anders werd je van het klimrek afgerukt
Op het schoolplein landde er speeksel tussen mijn wenkbrauwen
bleef er geschaafd vel plakken aan de vloer van de gymzaal
donderde ik uit iemands boomhut
waar ik een tand door mijn koortslip aan overhield
Zonder amandelen kwam ik thuis
Nu gaat hij mijn vlees ontstoffen
de pluisjes eruit pulken met zijn vuile nagels
Hij gaat mijn brandblaar lek prikken
het pus eruit zuigen, doorslikken
zakdoekjes in mijn mond proppen
Hij wenst me nog een keer waterpokken toe
Hij struint mijn dijbeen af
vindt het kuiltje in mijn knie
maakt van de hele schijf een krater
Bekroont mij tot Koning Zelfbeheersing
omdat ik het langst kan wachten