hoofd in een juten zak

Jarmo Van Dam

I.

utopische terreinen

een terrein waar iedere vulkaan gebarsten is

waar de bomen verminkt groeien

buigend knakkend knoesten vormend

een terrein waar het mos tot as gebrand

waar bergwaterstromen symfonieën spelen in mineur

schichten flitsen in de rokende bergtoppen

paradijselijke terreinen

waar meer zandkorrels dan sterren

meer stoflichamen dan voetafdrukken

II.

een torso en twee benen scheppen

twee benen scheppen er een torso aan vastlijmen

een been planten heupen groeien ribben een borst

een lichaam hebben alles afknippen overhouden

been torso been twintig keer

wegvallen in vezels en schimmen

een lichaam weven om mee te kunnen bidden

een gezicht hebben dat geen portret is

torso en benen tot boven het hoofd

dat is wat je compleet maakt

verminkte bomen oplappen met metaal

verminkte bomen omsmeden tot lansen

legers weven

jagen op het vezelloze

met een vinger je contouren vastleggen

een zandvlakte een schim

het begin van een lichaam

uitgelopen in luchtspiegelingen

III.

je bij je polsen vasthouden

met touwen, elektriciteits- en internetkabels

je ophijsen (je lichaam voedt zich

met vervlochten gevoelens) je uit laten waaien

tussen zandlagen als een komeet tussen planetenstelsels

de wind zucht leven in je lappen

kanten verborgen voor haken en karabiners

en geen kunstmatig licht dat jou zal raken

overgelaten aan de waardering van schorpioenen

verlangend naar de verkoeling van je schaduwvlak