Vijf gesprekken met Benzokarim rondom het verschijnen van zijn debuutbundel

15

Benzokarim: Zie ik er spoken word uit?

Daniëlle Zawadi

Karim Ellouta is een bekend gezicht binnen de spoken-word scene onder de naam Benzokarim. In de aanloop naar de publicatie van zijn debuutbundel El Ghorba stel ik hem graag hier op Vuurland voor in een handvol afleveringen, waarin we steeds een ander aspect van zijn makerschap bespreken. Te beginnen met: spoken word artiest en dichter.

Vanaf het moment dat Karim aangaf dat hij werkte aan zijn debuutbundel wist ik dat ik hem erover wilde interviewen. En nu, bijna een jaar later sinds hij erover begon, is het zo ver: op 18 november in Tent, Rotterdam, vindt de bundelpresentatie plaats. Karims boek is het zevende van uitgeverij Rorschach.

Ik heb Karim voor het eerst zien optreden in 2019 in Den Haag. Daarna kwamen we elkaar tegen op open mics en podia in Rotterdam. Uiteindelijk, na samen een Poetry-Circleseizoen te hebben gevolgd, zijn we genuanceerde vrienden geworden. Want, ja, hij vroeg het me letterlijk: Zijn we nu vrienden? Ik: Ja.

De zachtmoedigheid in zijn persoon en de onafwendbare beeldende waarheden in zijn voordrachten zorgen ervoor dat luisteraars na zijn optredens geprikkeld zijn en vaak genoeg geëmotioneerd.

Veel mensen kennen je van het podium, waar je dan vaak wordt aangekondigd als spokenwordartiest. En nu kom je met een dichtbundel. Hoe treed jij naar buiten toe met je werk? Als dichter, spokenwordartiest of allebei?

Mijn werk voelt voor mij net zo spoken word als poëzie. Ik vind het apart om te zeggen dat ik een spoken word artiest ben die een dichtbundel gaat uitbrengen. Ik vind het apart om te zeggen dat ik een dichter ben die soms optreedt. Dat klopt voor mijn gevoel ook niet. Ik vind gewoon dat beide prima naast elkaar kunnen bestaan. Ik vind het heel lastig om een hokje aangewezen te krijgen. Wanneer mensen zeggen jij bent een spoken word artiest en dan zeg ik daarop ik ben ook een dichter. Of wanneer mensen zeggen jij bent een dichter dan zeg ik ik ben ook een spoken word artiest.

Dus als iemand jouw werk gaat lezen, dan mag die dat lezen als én spoken word én als gedichten?

Nee, ik denk dat je mijn bundel als mijn bundel moet gaan lezen. Er zitten zowel verhalen in die op proza lijken als gedichten. Ik vind het niet belangrijk dat het een genre toegewezen krijgt. Voor mij is het belangrijkste hoe je en wat je er überhaupt bij voelt.

Kijk, als je optreedt is die interactie met het publiek zo direct. Je voelt het meteen. Of het nu iets positiefs, negatiefs, iets moois, een extase of juist het tegenovergestelde is. Je voelt het dan. Het publiek voelt het. Er is een directe conversatie over van je werk. Maar met een bundel mogen mensen daar vrij in zijn. Ten minste, met mijn bundel. Lees hem voor wat hij is.

Dit is ook wel een lastig puntje, niet? Aan de ene kant voelt spoken word in Nederland aan als een nieuw genre, in de zin van hoe er van buitenaf mee omgegaan wordt. Los van de makers die er zelf al jaren mee bezig zijn. Zodra een maker iets doet wat niet op het podium is is de vraag meteen: wat is dit? En nu jij een boek schrijft, duikt die vraag ook weer op: wat is dit dan?

Ik denk dat dat ook een diepere laag heeft. Wanneer ik gevraagd word voor podia en ik mezelf voorstel als zowel dichter en spoken-wordartiest, dan onthouden mensen alleen maar spoken word. Heel bijzonder hoe dat gebeurt, of eigenlijk ook weer niet hè. Misschien heeft het te maken met hoe ik eruit zie. Zie ik er spoken word uit?

Er is een reden dat ik ze er allebei in mijn biografie zet. Dat heeft te maken met het wegstappen van het hokjesdenken. Het heeft te maken met zowel je makerschap, maar ook jezelf als persoon. Ik noem bewust beide, omdat ik ze beide een mooie en een belangrijke vorm vind. En ik in beide mijn ding doe.

*

Een voordracht uit Benzokarim’s bundel EL GHORBA