en toch nam ik je stem in bewaring
zo klein en papier geworden
in je stil zijn
soms blaas ik je adem in
strijk ik je glad
bel ik op om je geblaf te horen
sleur je waterige lied als een orakel achter me aan
verbrokkel platgestampte grond
weet je nog die dag
dat we tegelijkertijd
hetzelfde zeiden?
vaker eis je ribben terug
probeer je ons begin met samengebalde hand
mijn borstkas uit te trommelen
herhaalt mijn naam
dreigt er stof van te maken
liefste, je bent aarde
en torent nergens bovenuit