Hoofdpijndossier (sonnet)

Jana van der Hak

Niet eerder heb ik mandarijnen gegeten

Ze waren me niet trouw, niet te voorspellen

Nooit überhaupt poging gedaan tot pellen

Ze waren zo eenduidig, zo simpel te vergeten

Een flapuit van een kind, jarenlang verbeten

Mijn zus at er meer dan op handen te tellen

O, de geur wist me altijd bijzonder te kwellen

Ik heb het haar vingers, stiekem, altijd verweten 

Dingen veranderen deze dagen, van bijzonder naar normaal

Zo betrapte ik mezelf deze dag op een te eerlijke morgen

Waren mijn behoeftes me opeens bekend, werd ik verbaal

Er zat al die tijd een rust in mijn vingers verborgen

Ik pel volwassen, maak voor het eerst geen kabaal

over de geur van vruchtvlees en schil, eet ik geborgen